Golf kent zijn eigen, zeer uitgebreide golftaal. Golfers spreken onderling vaak in golfjargon; normale stervelingen begrijpen deze taal en alle bijzondere golftermen en de betekenis ervan vaak niet.
Ken jij LEUKE of ONBEKENDE(RE) (en dus geen algemene golftermen) golftermen die hieronder nog niet staan? Stuur ze dan even toe, bijv. door onderstaand een reactie te geven. Mogelijk worden ze dan in onderstaande lijst opgenomen.
Het gaat er immers om dat GOLF als zeer plezierig wordt beleefd en wat FUN is dan nooit weg. Leuke golftermen kunnen golf verder opleuken.
Enige leuke of onbekende(er) golftermen:
Op en rond de green:
- taxi: veel te snelle put, die als het ware de hole voorbij rijdt
- bus: veel te langzame put, die de hole zeker nooit zal gaan halen (zo traag als het openbaar vervoer)
- Rolex: een tik-tik-tik-beweging rond en op de green (chip van links naar rechts, put van rechts naar links, put van links naar rechts etc.; en dus is niet het klokkie van veel golfers bedoeld)
- snake: een extreem lange put die ook nog eens van richting verandert (ook een spelvorm waarbij bijv. geld wordt verschuldigd bij 3-putts en 4 putts)
- go to school: leren van een vrijwel vergelijkbare putt van je medespeler (rol, puttinglijn, grain)
- achterdeur: een bal die via de achterzijde van de hole in de hole rolt
- voordeur: een bal die middendoor in de hole wordt geput
- zijdeur: een bal die via de zijkant van de hole in de hole rolt
- een Dolly Parton: een bal die een heel rondje over de rand van de cup maakt en dan pas in de hole rolt; de bal gebruikt dan dus de hele cup
- een Rcok Hudson: een putt die ‘straight’ (recht) lijkt, maar dat toch niet blijkt te zijn
- afraid of the dark: een bal die juist voor de hole stopt (omdat deze bal is voor de diepe donkerte)
- horseshoe: letterlijk ‘hoefijzer’, een bal die zo’n 180 graden (halve ronde) om de hole draait en niet in de hole valt (leidt vaak tot grote frustratie en onzekerheid)
- stoney: een bal zo dicht (‘dood’) bij de hole (pin) dat deze niet meer te missen valt
Door de baan:
- on the beach: balletje dat in een bunker verdwijnt
- beachparty: diverse balletjes in 1 bunker
- fried egg: letterlijk ‘speigelei’, een in de bunker half ingebedde bal (en dat lijkt op een gebakken ei met eierdooier
- sucker side: als je op het lage plateau (niveau/level) van een green ligt (ookwel de amateur side genoemd)
- frog hair: kort gemaaide gras rondom de green
- sukkelgras: het gras voor de sukkels oftewel de rough (Zuid-Afrikaans woord)
- jungle: de zeer zware rough
Type shot:
- topper: een iets boven het midden van de bal geraakte bal die als gevolg daarvan een lage vlucht krijgt of zelfs over de grond rolt (dus niet René Froger, Gerard Joling, Gordon of Jeroen van den Boomen)
- Jezusbal: een bal die vele malen op het water stuitert maar – als een wonder – wel de overkant van de waterhindernis haalt (je weet dan zeker dat Jezus erg veel van je houdt!)
- dropkick: als je met je driver of wood eerst de grond en dan pas de bal raakt (afgeleid van de gelijknamige voetbalterm; ookwel bekend als scuff en baff)
- chilidip: gemiste chip door ver achter de bal in de grond te scheppen
- whiff: complete mishit, airshot
- windcheater: een lage bal tegen de wind in geslagen (die als het ware de wind bedriegt)
- zoomie: een bal die veel verder gaat dan de golfer normaal slaat
- chunking: voor een vette slag waarbij het clubhoofd eerst de grond en dan pas de golfbal raakt
- double Chen: als je bij het rustig chippen je bal twee keer in 1 slag raakt; vernoemd naar golfer T.C. Chen die er 1 sloeg tijdens de US Open van 1985 toen hij nota bene aan de leiding stond)
- bang: een verre bal vanaf de teebox
- smack: een hard geslagen bal doorgaans met een driver
- foozle: slecht en onhandig geslagen bal
- angel raper: letterlijk ‘engel verkrachter’ ofwel de benaming voor een niet goed, maar wel zeer hoge bal
- hazenneuker: een harde laag geslagen bal die rakelings over de graond scheert en een potentieel gevaar is voor overstekende hazen en konijnen (ookwel rabbit fucker, worm burner, lizard killer, daisy cutter genaamd)
- duckhook: scherp van rechts naar links draaiende (vaak lage) bal (gezien vanuit de rechtshandige golfer)
- flub: flinke misslag die doorgaans na een paar meter al eindigt (en dus voor de damestee wat dan bijv. een portie bitterballen oplevert)
- hitler: 2 shots uit een bunker of voor een bal die niet de bunker uit komt
- dip: met een mooie boog je bal in het water slaan (vaak raak je dan in een dip!)
- yips: een ingewikkelde mentale kwaal waaraan ongeveer 36% van alle golfer leiden en waarvan velen daarvan het niet eens weten (geen enge ziekte dus, maar wel vervelend voor golfers omdat ze heel veel puts missen vanwege een onverwachte beweging die optreedt bij het putten, maar vaak niet tijdens een oefenput)
Over golfers:
- grinder: een golfer die zich zeer goed kan concentreren op de golfbaan en zich nagenoeg niet laat afleiden (concentreren is een zeer belangrijke vaardigheid voor een golfer)
- duffer: bar slechte golfer (ook wel hacker: een hakker; niet bedoeld de computer kraker)
- swinger: een golfer met een soepele swing (geen bezoeker van een swingersclub)
- hitter: een golfer die (vaak met te veel kracht) slaat naar de bal (vaak een voormalig hockeyer)
- hustler: een duikboot (dus niet het bij mannen welbekende mannenblad)
- big banger: een golfer die vanaf de tee mega ver kan alslaan
- big hitter: een golfer die met iedere stik zijn bal mega/bovengemiddeld ver slaat
- boss of the moss: een golfer die heel goed putt
- army golfer: iemand die golft en marcheert over de golfbaan, en dus zijn of haar ballen voortdurend (vvak afwisselend) links van de fairway, rechts van de fairway, links van de fairway slaat
- trunk slammer: letterlijk ‘achterbak dichtgooier’; de golfer die de kwalificatie voor het weekend na 36 holes strokeplay niet haalt (de ‘cut’ mist) en dus zijn golftas achterin de kofferbak mag leggen en die kofferbak kan dichtgooien
Betreffende de score:
- buzzard: letterlijk ‘gier’, een double bogey (2 boven par)
- condor: letterlijk ‘arend’, een 4 onder par (een hole in one op een par 5, een 2 op een par 6), ookwel triple eagle genoemd
- dodo: alabatros, double eagle (3 onder par en eigenlijk uitgestorven op de golfbaan)
- snowman: een 8
- down the road: als je de cut hebt gemist en terug naar het clubhuis kunt
- barkie: bal die tegen een boom aan wordt geslagen en waarmee toch nog een par wordt gescoord (ookwel woodie genaamd)
Betreffende techniek:
- afterswing: de follow-through (doorzwaai)
Betreffende golfspelvormen en golfspelelementen:
- Gilligan: spelelement waarbij je medespeler die een goede afslag slaat verplicht opnieuw moet afslaan; de omgekeerde (‘floating’) Mulligan dus eigenlijk
- Arnie: een par slaan en daarmee de hole winnen met als bijzonderheid dat de bal niet op de fairway mag liggen
- stokkenroof: spelvorm waarbij stokken van de tegenspeler(s) wordt (worden) geroofd bij het winnen van een hole; winnaar is degene die de meeste stokken over heeft op hole 18
Over stokken:
- baffy: soort houten 4-5
- bulldog: de oude naam voor een houten 4
- spoon: houten 3
- brassie: soort houten 2
- play club: houten 1, driver
Over golfbanen:
- Mickey Mouse-course: niet uitdagende, erg teleurstellend ontworpen golfbaan
Namen van golfholes:
- Devil’s Asshole: de extreem kleine bunker op hole 10 van Pine Valley Golf Club (par 3)
Overig:
- golf widow: de vrouw van een golfalholic (golf verslaafde)
- bird dog: leuke naam voor een caddie
- agro golf: boerengolf
- sit down: schreeuw naar de golfbal om te stoppen c.q. direct stil te gaan liggen (dus niet letterlijk nemen)
- sit up: schreeuw naar de golfbal in de hoop dat de golfbal (zichtbaar) bovenop het gras in de rough ligt
- golfiana: golfsouvenirs, golfantiquiteiten en golf memorabilia